Dagelijks Woord

  1. zaterdag 15 juni 2019 - Spreuken 1:10
    Mijn zoon, indien zondaren u willen verleiden, bewillig niet. -- Spreuken 1:10
  2. vrijdag 14 juni 2019 - Openbaring 21:3-4
    En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. -- Openbaring 21:3-4
  3. donderdag 13 juni 2019 - 2 Korintiers 7:10
    Want de droefheid naar Gods wil brengt onberouwelijke inkeer tot heil, maar de droefheid der wereld brengt de dood. -- 2 Korintiers 7:10
  4. woensdag 12 juni 2019 - Job 19:25-27
    Maar ik weet: mijn Losser leeft en ten laatste zal Hij op het stof optreden. Nadat mijn huid aldus geschonden is, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen, die ik zelf mij ten goede aanschouwen zal, die mijn eigen ogen zullen zien en niet een vreemde; mijn nieren in mijn binnenste versmachten van verlangen. -- Job 19:25-27
  5. dinsdag 11 juni 2019 - Kolossenzen 3:1-4
    Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid. -- Kolossenzen 3:1-4
  6. maandag 10 juni 2019 - Ezechiel 39:29
    En Ik zal mijn aangezicht niet meer voor hen verbergen, wanneer Ik mijn Geest over het huis Israëls heb uitgestort, luidt het woord van de Here HERE. -- Ezechiel 39:29
  7. zondag 09 juni 2019 - Handelingen 2:32-33
    Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn. Nu Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd is en de belofte des heiligen Geestes van de Vader ontvangen heeft, heeft Hij dit uitgestort, wat gíj en ziet en hoort. -- Handelingen 2:32-33